Duinbrand razendsnel geblust

Door boswachter Maarten Duinker

Gisteren heeft er kort een brand gewoed in de Schoorlse Duinen. De brand werd ontdekt door een aantal mountainbikers die direct 112 hebben gebeld. Met de ervaring van vorige branden rukten de hulpdiensten snel en met groot materieel uit. Hierdoor was de brand snel onder controle. Rond vijf uur ‘s middags was het nablussen gedaan. Het was natuurlijk schrikken maar gelukkig lijkt de schade mee te vallen. Het vuur heeft ongeveer een kwart hectare bereikt in het centrale deel van de Schoorlse Duinen. Dat is ongeveer een half voetbalveld. De bomen staan er nog; de stammen zijn deels geblakerd, maar de kruinen zijn intact. De bodem is wel flink aangetast. Een aantal dennenorchissen is verloren gegaan. De Schoorlse Duinen zijn inmiddels weer volledig toegankelijk voor publiek.

We willen iedereen zeer bedanken voor de adequate reactie, de aangeboden hulp en de goede samenwerking. Mede daardoor bleef de schade beperkt.

20160808_130221

schoorlse duinen

Staatsbosbeheer schakelt hulptroepen in voor herstel Schoorlse Duinen

Door boswachter Laurens Bonekamp

Schaapskudde ingezet voor herstel verbrande heide

Vanaf dit najaar loopt herder Marijke Dirkson met haar schaapskudde in de Schoorlse Duinen. De schapen eten gras op de verbrande delen en zorgen zo voor herstel van de heide en het open houden van de duinen. Staatsbosbeheer heeft een overeenkomst met Marijke afgesloten voor minimaal drie jaar, waarbij de schapen tijdens de winterperiode vier tot zes weken in de duinen zijn te vinden.

20160115_105608 (verkleind)

De schaapskudde van Marijke Dirkson tijdens een eerder bezoek aan de Schoorlse Duinen

 

Beste prijs-kwaliteitsverhouding

Staatsbosbeheer is blij met de hernieuwde en langdurige samenwerking met Landschapsbeheer Rinnegom, het bedrijf dat Marijke Dirkson samen met Martin Orij al enige jaren runt. Zij hadden de beste prijs-kwaliteitverhouding tijdens de aanbestedingsprocedure. Bijkomend voordeel is dat zij het duingebied goed kennen. De schaapskudde was hier zo’n vijf jaar geleden al te gast en loopt ook in het aangrenzend Noord-Hollands duinreservaat.

Afvoer van voedingsstoffen

De voedingsstoffen die na de branden in de Schoorlse Duinen vrijkwamen, zorgen voor veel nieuwe begroeiing. Gras en ook soorten als de Amerikaanse vogelkers groeien daardoor snel. Zeldzame kruiden en korstmossen krijgen hierdoor geen kans. De schapen grazen selectief en houden gras en struiken kort. Zij zorgen ervoor dat de voedingsstoffen weer uit de duinen verdwijnen.

Verbinden van gebieden en beheerder

‘De 250 Kempische heideschapen van onze kudde verbinden straks zo’n 1000 hectare natuur in de duinen,’ zegt Marijke Dirkson. ‘Dit is waar we op hoopten. Een schaapkudde die rond trekt en gebieden van verschillende natuurbeheerders met elkaar verbindt. De schapen houden de duinen open en zorgen bijvoorbeeld ook voor verspreiding van zaden tussen verschillende duingebieden. Dit zorgt voor meer afwisseling in de natuur. We voelen ons meer dan ooit herder. Het is echt fantastisch dat we op deze manier mogen bijdragen aan de vorming van dit unieke Noord-Hollandse duinlandschap.’

IMG-20160721-WA0003

De Schaapskudde op doortocht met herder Marijke Dirkson (rechts)

 

Kempisch Heideschaap

Het Kempisch Heideschaap komt oorspronkelijk van de Strabrechtse heide en wordt al 25 generaties gehoed. Het zachtaardige ras is gewend samen te werken met de herder en laat zich goed sturen door een hond. De schapen hebben een vriendelijk karakter en zijn gewend aan recreanten. Het schaap staat hoog op de poten en beweegt gemakkelijk door heidevelden. Afstanden van 15 kilometer zijn geen probleem en kunnen ze op één dag afleggen. Het zijn sobere dieren die de taaie duinvegetatie zonder problemen aan kunnen. Dit najaar kunt u de schaapskudde van dichtbij bewonderen in de Schoorlse Duinen.

 

Natuurbeleving vanuit een hangmat, de perfecte combinatie

Door boswachter Frans Nieuwenhuizen

Frans Nieuwenhuizen was 42 jaar Boswachter bij Staatbosbeheer in de Schoorlse Duinen. Sinds 2000 geniet hij van zijn welverdiende pensioen en is hij columnist voor schakels (blad voor 55+ in gemeente bergen). Regelmatig schrijft hij een boswachterscolumn om zijn kennis, ervaring en verwondering te delen over de Schoorlse duinen.

De hangmat

Het is zomer en vrijwel windstil. Al de gehele middag is de zang van de zwartkop te horen. Deze heerlijke prelude wordt slechts onderbroken wanneer hij een paar insecten buitmaakt. Het is een redelijke temperatuur, vandaar dat ik enigszins suf en vrijwel roerloos liggend in mijn hangmat een en ander beluister en bekijk. Vanuit deze heerlijke uitvinding zie ik het zwartkopje ietwat zenuwachtig zijn dorst aan de vijverrand lessen. Lang kan hij zich echter niet laven aangezien er een even dorstige gaai verschijnt. Hoewel de volwassen zwartkop nauwelijks iets van deze prachtige vogel te vrezen heeft, neemt hij niettemin het zekere voor het onzekere en verdwijnt in het struweel waar even later zijn heldere tonen wederom zijn te horen. Ik kijk loom naar de vijver waar waterjuffers als blauwe juwelen over het water flitsen en ik besef dat het heerlijk is om zo te liggen en niet lastig gevallen te worden door de ‘harde wereld’.

Zwartkop foor KlaasEnMatty

Zwartkop (foto: KlaasEnMatty)

 

Ik wend mijn hoofd naar links waar enkele exemplaren van het vingerhoedskruid zijn te bewonderen. Zij worden al enige tijd geteisterd door horden bladluizen die als een dikke, langzaam bewegende brij de stengels omgeven. Met lede ogen zie ik dit aan en zou ze het liefst met een of ander middel naar de eeuwige jachtvelden helpen. De ellende is echter, dat je dan alle andere insecten eveneens uitroeit en dat mag en kan nooit de bedoeling zijn. Daar komt nog bij dat ik op die traag bewegende massa enkele lieveheersbeestjes heb waargenomen op jacht naar deze bladluizen. Tja, dan is het wachten slechts op de larven van dit aardige kevertje die een ware slachting onder deze luizen kunnen aanrichten. Met enige tegenzin kruip ik de hangmat uit om de situatie van dichtbij te aanschouwen. Tussen al die bladluizen bewegen zich traag enkele roodbruine knoopmieren waar ik een geweldig ontzag voor heb aangezien deze rakkers heel gemeen kunnen steken. Het is de mieren dit keer echter om de zoete druppeltjes te doen die de luizen regelmatig via hun achterlichaam afscheiden en waar ze verzot op zijn. Mede daarom is het gemakkelijk te begrijpen dat zij hun ‘melkkoetjes’ tegen allerlei indringers fel verdedigen. De lieveheersbeestjes worden daarom regelmatig aangevallen maar ze schijnen er zich weinig van aan te trekken. Vermoedelijk zijn de relatief harde dekschilden moeilijk door de angels te doorboren, want ze gaan rustig door met vreten en ik bewonder ze dan ook mateloos.

Klik hier voor een filmpje van “melkende” mieren

Afschrikwekkend

Op een andere plant zijn al enkele larven te zien die in een hoog tempo bladluizen leegzuigen. Ze zien er afschrikwekkend uit. Stel je voor: ze zijn ongeveer een centimeter lang, donkergrijs van kleur met enkele geel- en oranjeachtige vlekken. Onder het laatste lichaamssegment zit een soort wratje, gevuld met een kleefstof waarmee zij zich stevig aan de stengel kunnen verankeren. Zo’n larve zwaait zijn lichaam rond en grijpt de een na de andere bladluis en, zeg nou zelf, dat hapt heerlijk weg… Het valt gemakkelijk te begrijpen dat de aanwezige knoopmieren een en ander niet erg kunnen waarderen. Wanneer de larve door de fel stekende mieren wordt aangevallen, doet hij eenvoudig ‘een stapje opzij’, maar gaat ondertussen wel gewoon door met vreten! Wordt hij nu letterlijk door veel mieren besprongen dan verdwijnt hij eenvoudig en wacht op een ander plekje tot de kust weer veilig is. Het wonderlijke doet zich nu voor dat de larve maar zelden door de mieren wordt achtervolgd; maar dat zit hem weer in het feit dat deze ijverige diertjes steeds weer bladluizen tegenkomen die hen van al dat heerlijks voorzien. Ze kunnen er eenvoudig geen weerstand aan bieden.

Zacht trommelend met hun voelsprieten likken ze het zoete druppeltje op en hebben er geen weet van dat een etage hoger en lager hun ‘melkvee’ met tientallen tegelijk worden afgeslacht.

zevenstippelig-lieveheersbeestje-larve-004-filtered_large Petra Tenge

Larve lieveheersbeestje (foto: Petra Tenge)

 

Florissant

Voldaan loop ik weg. Over enkele dagen staat het vingerhoedskruid er weer florissant bij. Ik kruip de hangmat in en voel me gelukkig dat ik het geduld heb kunnen opbrengen en geen vergif heb gebruikt. En dat is kennelijk zo’n prettige gedachte dat ik vrijwel onmiddellijk in slaap val.

Ik droom dat ik een larve ben van een lieveheersbeestje en ongelooflijk veel bladluizen leegpomp. Reusachtige mieren met angels als speren proberen mij weg te jagen maar ik heb slechts één doel voor ogen: bladluizen vreten! Plotseling verschijnt er een reus op twee benen in het bezit van een reusachtige gifspuit. “Niet spuiten”, gil ik, ”je ziet toch dat ik bezig ben?”

De reus gromt slechts. “Het gaat niet snel genoeg”, brult hij, gevaarlijk met die spuit zwaaiend. Kokhalzend vreet ik me een weg door die smerige brij maar de reus maakt slechts ongeduldige bewegingen. Ik begin te zweten en de gehele zaak weerzinwekkend te vinden en juist op dat moment spuit de reus een wolk giftig spul op de plant. Ik gil van angst en laat me in de peilloze diepte vallen. Met een harde smak kom ik op de grond neer en ben tegelijk klaar wakker. De hangmat, waar ik zojuist van afgevallen ben, zwaait enigszins frivool heen en weer. Ik kijk er met enige tegenzin naar en werp heimelijk een blik in de richting van de keuken waar mijn vrouw pal voor het raam bezig is. Gelukkig, zij heeft kennelijk niets gezien. Dat had er ook nog bij moeten komen…

Beleef de (nieuwe) natuur rondom Petten

Door Boswachter Laurens Bonekamp

Trek komende zondag  (17 juli) je wandelschoenen aan, want op deze dag kun je mee op natuurexcursie in Petten. Staatsbosbeheer organiseert samen met Natuurmonumenten en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) twee excursies in en bij de Hondsbossche Duinen, het nieuwe kustlandschap tussen Petten en Camperduin.

Polderwandeling

Om 11.00 uur neemt de boswachter van Natuurmonumenten je mee de weidse Harger- en Pettemerpolder in. De wandeling voert je over oude dijkjes die de monniken in de Middeleeuwen aanlegden, karakteristieke weidemolentjes en het echte ‘kadetjeslandschap’. Onderdeel van de excursie is een bezoek aan De Putten. Een bijzondere en brakke plas vlak achter het nieuwe strand, waar onlangs nieuwe eilandjes zijn aangelegd voor vogels. Meer informatie en boeken kan via: https://www.natuurmonumenten.nl/natuurgebied/harger-en-pettemerpolder/activiteiten

Excursie nieuwe en oude duinen

De boswachter van Staatsbosbeheer start om 13.30 vanaf Informatiecentrum Kust, Zand tegen Zee met een excursie door de Hondsbossche Duinen en de Pettermerduinen. Onderweg hoort u over de aanleg van dit nieuwste stukje Nederland, wat tussen Petten en Camperduin voor een mooie en veilige kust heeft gezorgd. En natuurlijk hoort u over alles de natuur in de duinen rond Petten. Meer informatie en boeken kan via: www.staatsbosbeheer.nl/ontdekpettemerduinen

Informatiecentrum Kust, Zand tegen Zee

Voor of na de excursie bent u van harte welkom voor een gratis bezoek aan Informatiecentrum Kust, Zand tegen Zee, Strandweg 4, Petten. In deze tentoonstelling hoor, ziet en leest u alles over de kustversterking. Meer informatie: www.hhnk.nl/zandtegenzee.

Schoorlse Duinen opgeruimd na de branden

Door boswachter Laurens Bonekamp

Laatste ingrijpende werkzaamheden uit herstelplan

Staatsbosbeheer voert dit najaar één van de laatste ingrijpende werkzaamheden uit die nodig zijn om de Schoorlse Duinen te laten herstellen van de branden. Op verschillende plekken wordt de bovenste laag van de verbrande bodem verwijderd tot op het grondwater. Op de natte plekken die hierdoor ontstaan, kunnen soorten als de rugstreeppad en planten als Parnassia en de Moeraswespenorchis weer tot ontwikkeling komen.

Zeven jaar na de branden sluit Staatsbosbeheer een periode van herstel af. De afgelopen jaren zijn heel wat werkzaamheden uitgevoerd om het duingebied weer gezond te maken. Aanwijzingen tonen aan dat dit aardig lukt; ook omdat de natuur deels op eigen kracht hersteld.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Plaggen

Rondom het Vogelmeer, de Mariavlakte, het Frederiksveld, ’t grote Ganzeveld en Fortblink wordt op verschillende plekken de bovenste laag van circa 0,5 m (zoden en zand) verwijderd. Dit afgraven heet plaggen. De bodem wordt tot de grondwaterstand afgegraven zodat in natte perioden water zichtbaar aan de oppervlakte komt. Zo creëert Staatsbosbeheer gunstige leefomstandigheden voor soorten die van oorsprong in de duinen thuis horen. Streven is om na de herfstvakantie (medio oktober) te starten en eind december klaar te zijn. Deze planning is echter sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. Via dit weblog wordt u op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen.

Herstel op eigen kracht

De Schoorlse Duinen zien er zeven jaar na de branden weer een stuk gezonder uit. Dat komt gedeeltelijk door onze hulp, maar vooral ook doordat de natuur op eigen kracht herstelt. Heide en loofbomen die tot boven de grond waren verbrand, liepen het jaar daarop gewoon weer uit. De spechten vonden vrij snel na de branden de dode bomen als voedingsbron met kevers. Hoewel we vreesden voor de nachtzwaluw, telden we het afgelopen jaar 8 paartjes, dat is 2 meer dan het jaar daarvoor. Dat betekent dat deze vogel voldoende insecten kan vinden boven de heide. En ook de zandhagedis neemt zijn plek in het verbrande gebied weer in. Hetzelfde geldt voor de mieren; we vinden steeds vaker mierenhopen. Vanwege de vertakte stelsels onder de grond hebben vele mieren de branden overleefd. Zij zijn daarna in versneld tempo nieuwe hopen gaan bouwen.

Veiligheid voorop

De eerste werkzaamheden na de branden waren vooral voor de veiligheid van bezoekers belangrijk. Circa 50 ha beschadigd bos werd verwijderd. De bomen werden afgezaagd en de stobben uit de bodem verwijderd. Staatsbosbeheer plantte samen met scholieren nieuwe loofbomen zoals lijsterbes, eik en berk. Deze soorten maken het bos gevarieerder en daarmee veiliger. Loofbomen bevatten minder hars en zijn daarmee minder brandbaar dan naaldhout. Enkele kilometers beschadigd fietspad werd voorzien van een nieuwe betonlaag. Om bezoekers optimaal van het landschap te kunnen laten genieten zijn de viertrappen en de uitzichttoren volledig hersteld.

Blijvende aandacht

Ondanks de positieve berichten en het afronden van het herstelplan zijn wij er nog niet. We blijven de natuur de komende jaren af en toe een handje helpen om de Europese Natura2000 doelen te behalen. De Schoorlse Duinen zijn hierin aangemerkt als bijzonder landschap door de kwetsbare witte en grijze duinen. Het gebied krijgt daarom de komende jaren onze volle aandacht.

 

Zeldzame poppenorchis ontdekt in de Schoorlse duinen. Supervondst of floravervalsing?

Door boswachter Jeroen Pater

Vorige week kregen wij een berichtje van twee bezoekers van de Schoorlse Duinen, Marga en Sietse Postma, dat ze mogelijk een poppenorchis hadden ontdekt. Ze stuurden een bericht met goede foto’s erbij. Na even speuren op internet bleek het inderdaad om de poppenorchis te gaan. En wat blijkt. De poppenorchis is geen zeldzame, geen zeer zeldzame, maar UITERST Zeldzame orchidee! Zo beschrijft FLORON (Natuurorganisatie voor het behoud van de wilde flora van Nederland)  deze soort.

poppenorchis

Onze Schoorlse poppenorchis

 

De Poppenorchis

FLORON beschrijft hem als volgt:

  • Stengels: De stengels hebben aan de voet meerdere bruine scheden.
  • Bladeren: De langwerpige bladeren zijn glanzend groen. De bovenste zijn kleiner. De schutbladen zijn vliezig en korter dan het vruchtbeginsel.
  • Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De slanke aren bevatten vaak veel bloemen. Ze zijn groengeel met een rood- of bruinachtige rand en lijntjes. De hangende bloemlip is 1,2 tot 1½ cm groot en 3-delig. De middenslip heeft 2 spleten. De zijslippen zijn lijn- of draadvormig. De bloemen hebben geen spoor.
  • Vruchten: Een doosvrucht. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje)

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De Schoorlse poppenorchis

De poppenorchis komt uitsluitend voor op kalkhoudende bodems. Maar waarom is deze orchidee uitgerekend in de Schoorlse duinen aangetroffen? Je zou hem hier niet verwachten, omdat de Schoorlse Duinen uit kalkarm zand bestaan. De verklaring is simpel. De plaats waar hij is gevonden is naast een voormalig  schelpenpad. Hier zit de bodem vol met kalk. Het is heel bijzonder dat het 1 zaadje gelukt is om hier terecht te komen én te ontkiemen. De dichtstbijzijnde andere groeiplaats ligt bij IJmuiden en dat is op 30 km afstand van de Schoorlse Poppenorchis!

Verspreiding

Op de website www.verspreidingsatlas.nl beschrijft de poppenorchis als uiterst zeldzame soort voor Nederland, met maar een paar groeiplaatsen. Zo komt hij voor in de duinen bij IJmuiden, Groeree Overflakkee, Zeeland en in Zuid-Limburg. Sinds 1950 is de poppenorchis met 50-75% achteruit gegaan.

2016-06-24 10_52_26-FLORON Verspreidingsatlas _ Orchis anthropophora - Poppenorchis - Internet Explo

Vespreidingskaart van de poppenorchis (Born: Floron.nl)

Supervondst of toch floravervalsing?

Nu kun je je afvragen of het wel een goede zaak is dat de poppenorchis in de Schoorlse Duinen  ontdekt is. Puur ecologisch gezien zou je van Floravervalsing kunnen spreken, omdat de mens in het kalkarme Schoorlse duingebied kalk heeft aangebracht in de vorm van schelpen. Zonder deze “kunstmatige” kalk zou de poppenorchis hier niet kunnen groeien. Zo vinden we in grotere aantallen ook slangenkruid langs de schelpenpaden, een soort die hier eigenlijk ook van nature niet zou groeien.

Prachtige ontdekking!

Floravervalsing of niet, het is een prachtige ontdekking! Deze soort verstoort de ecologische processen niet en verdringt geen andere soorten. We zijn ontzettend blij met deze vondst en de melding door Marga en Sietse Postma. Voor ons een supervondst! Hopelijk zien we de poppenorchis volgend jaar ook weer verschijnen!

Boswachterscolumn: Bijtende insecten, Durf jij het aan?

Door boswachter Frans Nieuwenhuizen

Frans Nieuwenhuizen was 42 jaar Boswachter bij Staatbosbeheer in de Schoorlse Duinen. Sinds 2000 geniet hij van zijn welverdiende pensioen en is hij columnist voor schakels (blad voor 55+ in gemeente bergen). Regelmatig schrijft hij een boswachterscolumn om zijn kennis, ervaring en verwondering te delen over de Schoorlse duinen.

Wilgenhoutrups

Wanneer je, zoals ongetekende regelmatig over de natuur schrijft, word je nogal eens benaderd met allerlei vragen over deze materie. Zo belde er eens een heer van middelbare leeftijd aan die haast eerbiedig een metalen doosje uit zijn zak haalde. En terwijl hij het doosje opende keek hij me enigszins schalks aan alsof hij een groot mysterie ging onthullen . In de doos lag roerloos de enorme rups van een wilgenhoutvlinder. Ik liet hem even in het onzekere en deed alsof ik het diertje nog nooit had gezien. Op mijn vraag wat hij er zelf van dacht, bestudeerde hij het nog steeds roerloze dier aandachtig met gefronste wenkbrauwen alsof het hier een soort mummie met enige historische waarde betrof. Hij schudde zijn hoofd. Ik liet hem niet langer in het ongewisse en vertelde hem dat het de rups van een wilgenhoutvlinder was. Makkelijk te herkennen aan de grootte, de enigszins rossige kleur en de geur die ietwat aan azijn doet denken. Ik vroeg hem waarom het diertje niet bewoog. Hij grinnikte en vertelde me dat hij hem een flinke tik met een tak had verkocht vanwege het feit dat de rups hem had gebeten. En inderdaad, de wilgenhoutrups heeft een paar flinke kaken waarmee hij het hout als het ware wegvreet. Deze kaken zijn zeker in staat om ons gevoelig te kunnen bijten.

(Zo herinner ik me dat enkele jaren geleden een jongeman een sigarenkistje bij me bracht waar een grote rups in zou zitten. Toen hij het doosje opende bleek de rups verdwenen. Hij had zich gedurende de nacht eenvoudig door het dunne hout gevreten en de ‘kuierlatten’ genomen.)

Wilgenhoutrups (foto René Vencken)

Wilgenhoutrups (Foto: René Vencken)

Bijtende insecten

In de insectenwereld komt dat overigens maar weinig voor. Ik ken slechts een paar insecten die ons kunnen bijten. In het bijzonder de kortschildkever heeft mij op die manier eens flink te pakken gehad. Deze langwerpig gevormde kever komt in tuinen vrij regelmatig voor, maar wordt niettemin maar weinig gezien omdat hij een verborgen leven leidt. Tijdens spitactiviteiten komt hij nogal eens tevoorschijn en verdwijnt dan met zijn achterlichaam omhoog gehouden, gelijk een schorpioen, naar veiliger oorden. Doordat ik altijd nogal geïnteresseerd ben in insecten greep ik het diertje waarna hij mij onmiddellijk tussen wijs- en middelvinger beet. Hij deed dat vrij krachtig zodat ik hem moeilijk tot andere gedachten kon brengen. Dus opgepast met deze kever. Ook de rode bosmier bezit bijtgrage kaken maar dat voel je nauwelijks. De prik die je na de beet voelt is echter afkomstig van het zuur dat hij in het wondje spuit. Enkele grote sabelsprinkhanen, zoals de wrattenbijter, schijnen eveneens gevoelig te kunnen bijten maar daar kan ik niet over oordelen omdat ik met deze kaken nog geen kennis heb gemaakt. Natuurlijk kan een teek ons ook op een nare manier te pakken nemen, maar zo u weet is dat geen insect maar een spinachtige.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Wilgenhoutvlinder

Maar terug naar de rups van de wilgenhoutvlinder. Deze reus, van rond de negen centimeter met de dikte van een pink, wordt vrij vaak gevonden in de buurt van oude wilgenopstanden maar ook wel rond oude vruchtbomen en dito populieren. De grote vlinders die een spanwijdte van een kleine acht centimeter kunnen hebben, vliegen van juni tot augustus uit. De ontwikkeling van de vlinder duurt maar liefst twee en soms zelfs drie jaar. Dit heeft weer te maken met de kwaliteit van het voedsel en de temperatuur. Al die jaren vreet de rups zich dus door het hout. Na deze periode verpopt het dier zich in de grond in een door houtdeeltjes omweven cocon. Deze poppen zijn bruin van kleur en eveneens vrij groot. Het valt gemakkelijk te verklaren dat, wanneer er vele tientallen van deze reuzen aan het vreten slaan, de boom daar behoorlijk last van kan ondervinden en in het ergste geval het loodje kan leggen. Onder boomkwekers en bosbezitters zijn deze vlinders dan ook niet erg geliefd.

Wilgenhoutvlinder IMG_4041 natuurkieker 2012

Wilgenhoutvlinder (Foto: http://www.natuurkieker.nl)

Enfin, u weet nu dat mocht u ooit een dergelijke rups vinden, u er beter maar vanaf kunt blijven. Bovendien doet zijn kleur ook ietwat ‘eng’ aan om van de reuk nog maar te zwijgen…

Wát een Ranonkel!

Door Boswachter Arjan

Wát een Ranonkel!

Pardon, hoe noemt u mij?           Nee, ik bedoel de Waterranonkel. De Klimopwaterranonkel, om maar eens een mooie soortnaam voor galgje te noemen. Die is nú al weer gevonden in het vernieuwde Catrijpermoor.

20160521_213718.jpg

Bloeiende Klimopwaterranonkel in de Catrijpermoor

 

Herinrichting Catrijpermoor 2015

In het Catrijpermoor zijn vorig jaar maatregelen getroffen om zeldzame natuur meer kansen te geven. Er is geplagd, gegraven, hersteld en aangelegd. Zie daarvoor dit blog.

De bedoeling is dat het grondwater uit de duinen deze graslanden ‘kwelt’. Deze kwelling bestaat eruit dat dit voedselarme, zeer schone, water ondergronds vanuit de hoge duinen naar deze weilanden aan de duinvoet stroomt en daar dan bijzondere omstandigheden creeert.

In Nederland is dit tegenwoordig zeldzaam en voor speciale natuur juist geen straf. Dit kwelwater wordt dan ook zo lang mogelijk in het gebied vastgehouden met stuwtjes.

Dat werpt nu al vruchten af!

Klimopwaterranonkel

De klimopwaterranonkel is onlangs weer in de Catrijpermoor gevonden. Ranonkel is niet direct een scheldwoord maar een verbastering van het latijns/griekse ranunculus, wat ‘kleine pad’ betekent. Dus ergens toch niet heel beleefd. Deze naamgeving slaat waarschijnlijk op de kikker- of padgroene kleur van de bladeren.

Het klimt nergens tegenop, het blad lijkt alleen op dat van de klimop, maar dan kleiner. En ook natter, want het is een waterplantje. Het valt niet uit te sluiten dat het wel wíl klimmen maar geen geschikte boom vind, want het groeit wel groter met kruipende stengels. Hier ligt misschien een rol voor een plantenfluisteraar.

Een leuk detail is dat de zaden voorzien zijn van een ‘mierenbroodje’: een soort knobbel op het zaadje dat mieren erg lekker vinden. Die nemen het mee, en verspreiden zo de zaden. Nu vraag ik me wel af welke mieren er in de buurt van waterplanten komen, weet een lezer daar meer van?

Behoorlijk zeldzaam

Het plantje is behoorlijk zeldzaam, in West-Nederland komt het eigenlijk alleen hier in Schoorl voor en wel in het Hargergat en nu dus ook weer in de Catrijpermoor. En daar zijn wij erg blij mee!

We hopen snel meer soorten van voedselarme binnenduin-graslanden te kunnen verwelkomen.

 

klimopwaterranonkel1

Schematische tekening van de Klimopwaterranonkel (bron: Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Strurm und Johann Georg Strum (1796))

Komt dat zien!

Klimopwaterranonkel: geen schreeuwerig of onbeleefd plantje, ondanks de naam. Het bloeit nú met mooie verfijnde vijfpuntige witte sterretjes. Komt dat zien!

 

Uilskuikens!

Door Boswachter Arjan 

“Maart roert z’n staart, aprilletje zoet heeft nog wel eens een witte hoed en in mei leggen alle vogels een ei”… maar veel vogels zijn sneller. In mei zijn er al kleine vogeltjes bij! Zoals die van de bosuil. Dat zijn die uilen van het griezelige ‘oehoeeee’-geroep uit de films. We zijn blij met de geboorte van 2 nieuwe bosuilen.  

SONY DSC

Onze jongste bosuilen (foto: Gerrit Stam)

Vroege Broeders

Al in februari werden de eieren gelegd, die eind april uitkwamen. Op dit moment zitten ze nog in het nest, maar de komende weken zullen de uilskuikens uitvliegen.  Bosuilen zijn prachtige vogels waarvan er gelukkig een aantal in de Schoorlse bossen wonen. Ze houden van oude bomen met gaten waar ze in kunnen broeden. Ook een mooie uilenkast versmaden ze niet als huis.

 

Bosuil Vildaphoto 2113

Volwassen Bosuil (foto: Vildaphoto)

 

Geheimzinnig imago

Het zijn vogels met een geheimzinnig imago. Ze vliegen geruisloos, kunnen in het donker zien en kunnen hun kop bijna helemaal ronddraaien en slaken dan ook nog van die akelige kreten. Toch is er weinig engs aan ze, ze zijn gewoon heel goed aangepast aan een nachtelijk bestaan. We hopen dat de uilskuikens hun naam geen eer aandoen en opgroeien tot wijze volwassenen.

 Voor webcambeelden van bosuilskuikens en andere vogels, zie: http://www.beleefdelente.nl

 

Naar buiten in Mei!

Door boswachter Laurens Bonekamp

Wat is het toch fijn die lente! De natuur wordt weer groen, er is volop nieuw leven en het buitenseizoen is echt begonnen. Dit is toch één van de mooiste tijden van het jaar. De natuur verandert haast met de dag. Oftewel tijd om juist tijdens dit jaargetijde de natuur in te gaan!

Zoals jullie inmiddels van ons gewend zijn hebben wij in mei ook weer een leuk aanbod aan activiteiten in de Schoorlse Duinen. Zo kan je alles leren over roofvogels, de vele verschillende soorten naaldbomen ontdekken met een gids, op pad met de Zonnetrein en niet te vergeten de jaarlijkse klassieker; de dauwtrap wandeling.

Buitenladder Mei

Buitenladder Mei.jpg